
Energiezuinig wonen: de consument wil het. Duurzaam bouwen: de bouwsector kan het. Energiebesparende maatregelen belonen: hypotheekverstrekkers staat er voor open. Stimulerend beleid voeren: de overheid doet het. En tóch komt de concrete uitwerking van wensen en voornemens in Nederland nog maar traag van de grond. Alleen op basis van bredere bewustwording en intensieve samenwerking kunnen processen worden versneld, zo werd geconcludeerd tijdens het seminar ‘Energieneutraal (ver)bouwen, wij dragenbij’ op 20 mei in het gemeentehuis van Kollumerland. Zo’n vijftig bij wonen en bouw betrokken professionals waren hierbij aanwezig.
De noodzaak om woorden in daden om te zetten is groot, was de strekking van het openingswoord door Tjitse Hogendorp. Deze wethouder, bij wie het klimaatvraagstuk duidelijk zeer na aan het hart ligt, vertelde dat er ieder jaar één procent van de diersoorten verdwijnt door menselijk handelen (bron: Trouw). “Welke mogelijkheden bieden bouwwijzen, installaties en architectuur in dit licht?”, zo formuleerde hij de vraagstelling van het seminar.
De eindigheid van fossiele brandstoffen, stijgende energieprijzen en de klimaatverandering: drie belangrijke redenen voor energiebesparing en energieneutrale woningen, aldus dagvoorzitter Charlie Kock van SenterNovem, het agentschap van Economische Zaken ter stimulering van duurzaamheid. Hij schetste de door de TU Delft ontwikkelde Trias Energetica, de strategie die in beleid en bouwtechniek sterk in opmars is en neerkomt op drie stappen:
1. Beperk de energievraag: de meest duurzame van de drie stappen.
2. Gebruik duurzame energiebronnen.
3. Gebruik eindige energiebronnen efficiënt.
De theorie is er, maar hoe werkt dat in de praktijk? Charlie Kock heeft bij de verbouwing van zijn woning, type jaren dertig, zelf ervaren welke factoren het aanbrengen van energiebesparende oplossingen compliceerde. “Het was moeilijk om partijen te vinden. Uitvoerders focussen nu nog vooral op nieuwbouw; bestaande bouw vraagt veel meer maatwerk. Op het gebied van opleiding en samenwerking is er nog een weg te gaan en – zo is mij duidelijk geworden – discussies over terugverdientijden van maatregelen zijn onzinnig. Bijvoorbeeld bij het plaatsen van een dakkapel vraagt de klant ook niet wat de terugverdientijd is!”
Gelukkig is in Kollum een belangrijk lichtpunt opgeleverd in de vorm van de Wêrom Wenningen. Projectcoördinator en bevlogen ‘ambassadeur’ Sylvia Renes kijkt met grote tevredenheid terug op een ontwikkelings- en bouwproces waarin partijen op unieke wijze met elkaar hebben samengewerkt. Haar verklaring daarvoor: “Alle betrokkenen hadden min of meer dezelfde drijfveer: geloof in de toekomst van dit soort woningen. Voor de bouwbedrijven VDM Woningen en Kootstra van der Veen is het zonneklaar dat deze bouwwijze de toekomst heeft. De gemeente op zijn beurt had – mede in het licht van de gemeentelijke Energievisie – behoefte aan voorbeeldprojecten. Al jaren ondernam Kollumerland acties om bewoners en professionele partijen te enthousiasmeren en ervaren hoe moeilijk dat was. Men wil het kunnen zien en voelen om het te geloven, zo realiseerde de gemeente zich op een gegeven moment.”
En zo werd het belangrijkste fundament, ook dankzij Rabobank Burgum-De Lauwers, voor de Wêrom Wenningen gelegd: samenwerking! De opdracht voor het samenwerkingsverband werd vastgelegd in een overeenkomst met daarin eisen ten aanzien van energieneutraal verbruik, een comfortabel binnenklimaat en duurzaam materiaalgebruik. Resultaat: twee prachtige woningen met toepassing van verschillende materialen, technieken en principes, die de komende twee jaren als inspirerende en leerzame voorbeelden voor jong en oud, consument en professional te bezichtigen zijn.
Hierboven werd al even de bank genoemd die in Nederland een voortrekkersrol vervult waar het om de verbinding van duurzaamheid aan vastgoedfinanciering gaat: de Rabobank. Bouwe Taverne is hoofd Duurzame Ontwikkelingen bij Rabobank Nederland. Is het energievraagstuk een drama? Ja en nee, luidde zijn antwoord. “Ja, om alle redenen die Charlie Kock al noemde. Maar ook weer niet omdat er nog nooit zoveel als nu door de grote concerns is geïnvesteerd en door beleggers is belegd in op duurzame energie gerichte innovatie. Stijgende energieprijzen zijn daarbij een belangrijke impuls. Er vindt volop kostenreductie plaats en er worden telkens nog nieuwe energiebronnen ontdekt die ons minder afhankelijk maken van fossiele brandstoffen en hun leveranciers.”
Taverne stelt dat het kennispeil op alle niveaus omhoog moet; bij de vastgoed- en bouwsector die het moet realiseren, de hypotheekadviseur die het moet adviseren en faciliteren en de consument die het moet verlangen. “Het is tijd om het niveau op te schalen. Samenwerking is daarbij inderdaad van essentieel belang. Wat wij als bank kunnen doen, is dat financieel ondersteunen, onder andere in de vorm van de Klimaathypotheek. Maar let wel: wij ondernemen met uw geld. We hebben een winstoogmerk. Het is niet aan de financiële wereld om de innovatieve kar te trekken, die taak ligt bij het bedrijfsleven.”
Als bankman benadrukt Bouwe Taverne voorts dat de verkoopbaarheid van woningen, al hoe zuinig zij ook zijn, niet uit het oog mag worden verloren. “Met alleen maar denken in termen van energie schiet men dit belangrijke doel voorbij. Primair moet een woning bedoeld blijven als plek waar mensen van houden, als een veilig en comfortabel thuis in een aangename sociale omgeving. Een hoge score op zuinigheid is niet genoeg om van een woning een aantrekkelijk object te maken.”
Het Informatiepunt Duurzaam Bouwen in Groningen, een onafhankelijke stichting ter bevordering van duurzaam bouwen in Noord-Nederland, bestaat al vele jaren. Toch merkt coördinator Paul Tameling dat de wereld pas sinds kort aan het ontwaken is. In plaats van duurzaam bouwen spreekt hij vandaag de dag trouwens liever van toekomstgericht bouwen. En of dat kansen biedt? Hij weet zeker van wel. Maar er moet nog een hoop gebeuren!
“Het klimaat is een toenemend punt van zorg voor de consument, maar vooralsnog wordt daar onvoldoende naar gehandeld. Daarnaast voorspel ik dat de Europese doelstelling, verwoord in de Energietransitie voor het tijdsbestek tot 2050, niet wordt gehaald. Kijk bijvoorbeeld naar de bouwwereld. Is men daar klaar voor morgen? Gaat men het voor elkaar krijgen om de beoogde EPC-ontwikkeling – nul in 2020 – te realiseren? En dan het energielabel voor woningen: nog altijd in de aanloopfase. Maar met stijgende energierekeningen gaan makelaars en consumenten vanzelf inzien hoe veelzeggend dit label is.”
Paul Tameling roept de bouwwereld dringend op om met de Trias Energetica aan de slag te gaan. “Bedenk al voor aanvang van het bouwproces hoe de energievraag kan worden aangepakt. Probeer te voorkomen dat allerlei installaties pas in latere fasen moeten worden aangebracht. Wissel kennis uit en wees innovatief. En laat overheden er in bestemmingsplannen al rekening mee houden. Investeringen verdienen zichzelf heus wel terug. Want vergeet niet: woningen worden gebouwd voor ten minste 50 jaar. Neem daarnaast de gezondheid van mensen in ogenschouw. Gezonde woningen maken wordt steeds belangrijker. Waarom wordt daar nog altijd niet mee geadverteerd? En waarom raadplegen installatiebedrijven de gids ToolKit, boordevol mogelijkheden, nog maar zo zelden?”
Tameling signaleert dat de grootste problemen zich in bestaande bouw gaan aftekenen. “In slechte woningen, met een F-label, gaan de energielasten gigantisch omhoog. Kun je je als overheid dan nog permitteren om de burger daarmee op te zadelen? Doe die woningen een warme jas aan om naar een hoger label te komen. En vertel de burger dat hij zelf ook al heel veel kan doen, bijvoorbeeld met een waterbesparende douchekop en tochtstrips.”
“We kunnen de bal niet alleen bij de overheid neerleggen”, besluit Tameling. “Convenanten zijn er nu genoeg. Met het Energieakkoord Noord-Nederland is een mooie stap gezet. Nu is het aan de bouwwereld om te profiteren van de kansen die toekomstgericht bouwen biedt.”
De Friese gedeputeerde Piet Adema, zelf jarenlang actief geweest in de bouwsector, merkt ook dat de vingers nog te vaak uitsluitend in de richting van de overheid wijzen. “Kom met regeling dit, kom met regeling dat. Maar als overheid vervullen we vooral een aanjaagfunctie, wij kunnen innovaties op gang helpen. Van harte nodig ik het bedrijfsleven uit nu zelf aan de gang te gaan. De markt is nog te defensief en te weinig creatief. Voorkom bijvoorbeeld dat de consument ontmoedigd raakt zodra hij de afschrijvingstermijn van een warmtepomp ziet en zijn geld dan maar liever aan de mooie badkamer uitgeeft. Ga creatieve combinaties en allianties aan. Kom tot een keten van bouw- en bankoplossingen, ook om de situatie voor te zijn waarin de overheid de EPC-norm dwingend gaat opleggen. De consument maakt nu inderdaad nog terugtrekkende bewegingen. Met informatie en goed onderbouwde berekeningen kan dit tij worden gekeerd. Daar ligt de uitdaging voor de bouwsector. Zorg dat u weet waar u over praat. Zorg dat u de subsidiemogelijkheden kent. Draagvlak en vraag creëren kost tijd, maar gezien de stijgende energieprijs komt die vraag snel genoeg. Ik daag Bouwend Nederland, Uneto/VNI en de bankwereld uit om constructieve arrangementen te maken. Als provincie nemen we daarbij graag de regierol op ons.”